Regelgeving ARO-K.B. 08.01.1996

 

Art. 103-ALGEMEEN:

Onafgezien van eventuele varianten, mag ieder inschrijver slechts één offerte indienen per opdracht.

Art. 113aanbesteding

Indien het bestek varianten oplegt of toestaat, moet het voorwerp van die varianten, hun aard en draagwijdte nader worden omschreven. In dat geval dient de inschrijver een offerte in voor het basisontwerp en, in voorkomend geval, als het om een opgelegde variante gaat, voor deze variante. De opdracht wordt gegund aan de inschrijver die de laagste regelmatige offerte heeft ingediend op grond van één enkele rangschikking van de basisoffertes en de varianten.
Wanneer bij toepassing van artikel 101, inschrijvers prijsverminderingen hebben aangeboden bij samenvoeging van verscheidene percelen, wordt de keuze van de [1 begunstigde]1 bepaald door de gegroepeerde percelen die de laagste offerte in de zin van artikel 15, § 1, van de wet vormen.
Wanneer wordt vastgesteld dat verscheidene inschrijvers dezelfde laagste prijs hebben opgegeven, wordt hun gevraagd een schriftelijke korting in te dienen. Zijn er daarna nog gelijke prijzen, dan houdt de aanbestedende overheid een loting waarop de betrokkenen worden verzocht aanwezig te zijn.

Art. 115offerteaanvraag

(…)[Indien het bestek varianten oplegt of toestaat, moet het voorwerp van die varianten, hun aard en draagwijdte nader worden omschreven. In dat geval dient de inschrijver een offerte in voor het basisontwerp en, in voorkomend geval, als het om een opgelegde variante gaat, voor deze variante. Voor de gunning van de opdracht wordt rekening gehouden met de opgelegde of toegestane varianten.
Er wordt ook rekening gehouden met de vrije varianten voorgesteld in de offerte, voor zover de aankondiging van opdracht of het bestek ze niet verbiedt.
(…)

 

 Toelichting

 

2.1.    Het indienen van meerdere offertes

 Het indienen door eenzelfde inschrijver van twee offertes voor dezelfde opdracht, leidt tot de substantiële onregelmatigheid van de beide offertes.

 

 

2.2.    Het indienen van varianten

Varianten zijn alternatieve concepten of uitvoeringswijzen die, hetzij op vraag van de overheid, hetzij op initiatief van de inschrijvers, met een afzonderlijke offerte worden ingediend.

Er bestaan drie soorten varianten:

  • Verplichte varianten – aanbesteding en offerteaanvraag

Het bestek legt die op en omschrijft hun voorwerp, aard en draagwijdte. De inschrijvers zijn verplicht om een offerte in te dienen voor het basisontwerp èn een offerte voor elke opgelegde variante. Niet inschrijven voor alle ontwerpen betekent voor die inschrijver de onregelmatigheid van al zijn ingediende offertes.

 

  • Toegestane varianten – aanbesteding en offertaanvraag

Hier gelden dezelfde regels, behalve dat de varianten niet verplicht zijn. Uiteraard verhoogt een inschrijver zijn kansen door toch voor de varianten in te schrijven. Maar alleen offertes indienen voor de varianten is niet geoorloofd.

 

  • Vrije varianten – enkel bij offerteaanvraag en onderhandelingsprocedure

Het bestek moet evenwel de minimumvoorwaarden vermelden waaraan ze dienen te voldoen en dus de facto vrije varianten expliciet toestaan (in tegenstelling tot de tekst van art. 16 van de Wet die laat uitschijnen dat vrije varianten altijd zijn toegestaan, tenzij het bestek ze verbiedt). Voor het overige gaat het initiatief puur uit van de inschrijvers.