De Europese Commissie heeft op 9 september 2026 haar voorstel goedgekeurd voor een verordening inzake overheidsopdrachten en concessies, de zogenaamde Public Procurement Act (COM(2026) 590 final). Het voorstel beoogt de vervangen van de drie huidige richtlijnen van 2014 (2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU) door één rechtstreeks toepasselijke verordening.
Volgens de Commissie moet dat leiden tot eenvoudigere en flexibelere regels en tot een jaarlijkse administratieve besparing van 650 miljoen euro. Wij zetten de krachtlijnen voor u op een rij.
Eén verordening, drie procedures
De belangrijkste keuze is de rechtsvorm. Waar de richtlijnen van 2014 door elke lidstaat moesten worden omgezet – in België o.a. via de wet van 17 juni 2016 en haar uitvoeringsbesluiten – zou een verordening rechtstreeks gelden in alle lidstaten. De regels voor klassieke sectoren, speciale sectoren en concessies worden daarbij in één tekst samengebracht.
Het aantal procedures daalt van vijf naar drie: een openbare procedure waarbij inschrijvers meteen een (eerste) offerte indienen, een dynamische procedure waarbij ondernemers eerst toetreden en later worden uitgenodigd om voor concrete opdrachten in te schrijven, en een nieuwe innovatieprocedure voor de ontwikkeling en aankoop van oplossingen die nog niet op de markt bestaan. De twee hoofdprocedures kunnen telkens met of zonder selectiecriteria en met of zonder onderhandelingen worden gevoerd.
Marktconsultaties worden aangemoedigd, en selectiecriteria worden beperkt tot wat noodzakelijk en proportioneel is (onder meer een beperking van overdreven omzeteisen en van eisen inzake eerdere ervaring met de overheid).
Eén digitale marktplaats
De Commissie wil de e-procurementplatformen van de lidstaten verplicht met elkaar verbinden tot één geïntegreerde Europese digitale marktplaats. Ondernemingen zouden via om het even welk aangesloten platform in de hele Unie kunnen inschrijven, volgens het once-only-beginsel.
Beste prijs-kwaliteitverhouding als norm
De beste prijs-kwaliteitverhouding wordt de standaard gunningsmethode. Kwaliteitscriteria moeten daarbij minstens 30% van het gewicht krijgen (50% voor arbeidsintensieve opdrachten), volgens een comply or explain-mechanisme: de aanbesteder mag hiervan afwijken als hij uitlegt hoe de kwaliteit anders wordt gewaarborgd, bijvoorbeeld via minimale kwaliteitseisen. Onder kwaliteit vallen ook ecologische, sociale en innovatieve overwegingen, veiligheid en veerkracht en de zogenaamde Europese voorkeur.
Economische veiligheid en Europese voorkeur
In lijn met het rapport Draghi krijgt de geopolitieke dimensie van overheidsopdrachten een uitdrukkelijke plaats. Aanbesteders zouden risico’s inzake veiligheid, cyberveiligheid, gevoelige informatie en ongewenste invloed van derde landen mogen – en in bepaalde gevallen moeten – aanpakken. Voor opdrachten die verband houden met kritieke infrastructuur komen er bepalingen over veerkracht en bevoorradingszekerheid. Daarnaast voert het voorstel een horizontaal kader voor Europese voorkeur in: aanbesteders kunnen de deelname beperken, een minimale Unie-oorsprong eisen of een voordeel toekennen bij de beoordeling, binnen de grenzen van de internationale verbintenissen van de Unie (met name de GPA-overeenkomst).
Wat nu?
Het gaat om een voorstel. Het Europees Parlement en de Raad moeten er nog over onderhandelen vooraleer de verordening kan worden aangenomen. De inhoud kan dus nog grondig wijzigen, en het huidige Belgische kader blijft intussen onverkort van toepassing.
Alle documenten vindt u op de webpagina van de Europese Commissie over het voorstel. Zie ook het persbericht, de vragen en antwoorden en de factsheet van de Commissie.
Wij volgen het wetgevend proces op de voet en houden u via deze blog op de hoogte. Hebt u vragen over de mogelijke gevolgen voor uw organisatie? Neem gerust contact met ons op.

